Blog

Nieuwe tijden

Jaren geleden zei een literair criticus tegen me: ‘Je bent geen Nederlandse en je komt ook niet uit het Midden-Oosten. In Nederland is er geen gunfactor voor een Oost-Europese.’ Ik stond perplex, want ik was er zeker van dat ik alles kon zijn en veel kon voelen, juist door mijn afkomst. Ik was veel meer dan een Oost-Europese. Ik heb toen besloten om te doen alsof ik de opmerking niet had gehoord. Naïviteit geeft soms vleugels. Want ik kon alles zijn, omdat ik literatuur… kon. Via de literatuur ben je zwart en wit en geel en kun je alle kleuren van de regenboog zijn. Juist dat doet de literatuur: ze geeft je de kans om alles te zijn en veel te begrijpen. Via de literatuur kunnen we meer kleuren hebben.
In een Nederlandse volkswijk waar ik heb gewoond, begreep ik dat het paradijs van de een, de hel van de ander kan zijn. Ik hoefde niet eens af te stammen van een zwarte op een plantage om te voelen hoe zwaar het witte paradijs kan zijn voor wie niet dezelfde kleur/afkomst heeft. De werkelijkheid is nog steeds hard en ook een uitgeverij kan een volkswijk zijn, maar we hebben de literatuur nog en de literatuur is gelukkig geen volkswijk. Juist de literatuur moet het dak zijn waar het zeer van de ander vanaf geschreeuwd kan worden. En gehoord. En er is zo veel zeer om vanaf het dak van de literatuur geschreeuwd te worden.
Helaas leven schrijvers zelf in enclaves. En gunnen we elkaar niet veel. Zelfs een ex-Oost-Europese begrijpt dat het tegenwoordig niet meer om gunnen gaat. Het gaat om de oude hel en het eeuwige paradijs. Het gaat om beleid en het zeer van de geschiedenis. Het gaat om een nieuwe wereld. Ook voor degenen die eeuwenlang niet konden lezen.
Het tij keert. Misschien moet iemand de geschiedenis bellen. Het gaat erom dat je pijn wordt gezien. Het gaat om het eeuwige zeer. Maar gun het de witte om zwart te zijn en andersom! In de literatuur. Gun het de Jood om Marokkaan te zijn en andersom, via de literatuur! Gun het de Oost-Europese om uit Irak en Helsinki tegelijk te komen! Via de literatuur. De vertaling van de ‘zwarte’ ervaring door een witte in Nederland had juist een snel voertuig naar de toekomst kunnen zijn. Had zij het zeer niet kunnen begrijpen? Dat weet niemand. Marieke Lucas Rijneveld heeft de kans niet gehad.
‘Things are changing, Jane, and for the better,’ zegt Miss Marple in ‘At Bertram’s Hotel’. En ondanks het feit dat ze in de serie ‘Miss Marple’ maar één kleur heeft, wit, weet ik dat ze gelijk heeft.

Den Haag Centraal, 4 maart 2021

Apartheid

Grotere onzin dan dat we in Nederland alleen maar succesvolle migranten zouden moeten toelaten, het verzinsel van de inmiddels Amerikaanse oud-VVD’er Ayaan Hirsi Ali, dat zij ook in haar nieuwe boek ‘Prooi’ bepleit, heb ik tot nu toe niet gehoord!
Straks zijn migranten succesvoller dan de witte directeur, vaak zwak en onzeker, maar stevig in het zadel zittend, met een roedel jaknikkers om zich heen, en ja, wat te doen? Wat te doen, Nederland? Hirsi wil migranten testen op hoe succesvol ze kunnen worden en ze terugsturen als ze niet slagen voor de test! ‘Daarom is er aan het einde van het traject, als je niet slaagt, een repatriëringselement: jij hebt het geprobeerd, wij hebben het geprobeerd, je bezet de plek van iemand anders die wél geslaagd zou zijn, je gaat nu naar huis,’ lichtte ze haar ideeën de afgelopen week toe in NRC.
Schande! De migrant als proefdier. We zijn zo respectloos tegenover het leven van de ander dat we van hem vragen wat ons zelf niet lukt! En wat betekent succesvol eigenlijk? Wat als je thuis een waardeloze moeder of vader bent, of een vreselijk mens, als je in je carrière over lijken gaat, als je egoïstisch bent, een wolf in schaapskleren, maar wel weet hoe je het moet máken? Word je dan wel of niet naar de hel (terug)gestuurd?
Dat NRC zo’n schandalig interview publiceert, is voor mij ook een raadsel. Een aanval op de integriteit van de persoon, een monument van racisme en waanzin! The New York Times benoemt Hirsi’s onverdraagzaamheid, maar NRC geeft haar zieke ideeën alle ruimte! Qua beleid lijkt Nederland soms op het ‘Ship of Fools’ van Katherine Anne Porter. We zijn cynisch geworden, altijd klaar om anderen een les te leren. Alleen al het woord ‘succesvol’ en mijn huid begint te jeuken! Emigratie is niet alleen een levenslang gevecht van Jakob met de engel zoals in de Bijbel, maar ook met de duivels, honderd duivels tegelijk. Als je na alle gemis en heimwee gezond blijft in je hoofd, als je met plezier kunt lopen in je nieuwe geografie en na vijf jaar beseft dat het vele water hier, dat je in je vorige leven niet kende, je geest kalmeert en je kunt genieten van de vele regen, dan ben je de succesvolste variant van wat jij kon worden!
We zijn succesvol als we mens zijn, als we redelijke afspraken kunnen maken met ons geweten en geen uitgezaaide haat tegen de ander koesteren. We zijn succesvol als we helpen en steunen en geen apartheid willen institutionaliseren. We zijn succesvol, omdat we van ons nieuwe land houden en omdat zij van wie we het meest houden, onze kinderen, tweehonderd procent Nederlands zijn.

Den Haag centraal, 25 februari 2021

 

Trojaanse paarden

‘Bezwaar Crossing Border gegrond verklaard’, stond onlangs in deze krant. Voor velen, ook voor mij, was dat een van de goede nieuwsberichten van de week. Ha, dus ook Den Haag kan netjes doen als het moet! Voor Crossing Border is de strijd nog niet afgelopen, maar van dit slagveld valt al een heleboel te begrijpen en te leren. Vooral dat zij die een zwak voor Trojaanse paarden hebben, elf jaar op zee blijven drijven en niet thuiskomen. Zelfs de goden verafschuwen hen. Dat is wat de boeken vertellen over Odysseus die de oorlog tegen Troje tegen elke prijs wilde winnen. Al zijn mannen verdronken en in zijn eentje moest hij de weg naar huis vinden. En als zelfs Odysseus uiteindelijk zijn lesje heeft geleerd, kunnen de comités en commissies en vooral Writers Unlimited dat ook. Wees correct, wees eerlijk en vooral: heb respect voor de ander, ook voor degene die géén melkkoe of directeur is en voor degene die géén functie heeft die jou goed uitkomt! Als ‘weten hoe het moet in Den Haag’ in de cultuursector niet gebeurt met respect en binnen de grenzen van correctheid, wat voor zin heeft een overwinning dan? Probeer niet tegen elke prijs te winnen, ga niet over lijken, zou ik dan ook willen zeggen tegen degenen die niet hebben geluisterd naar de lessen van de boeken, ook al ‘werken’ ze hun hele leven met boeken en moeten ze zich op een dag met de staart tussen de benen en de medailles om hun nek terugtrekken. Wat niet hardop mag worden gezegd, blijft immers liggen stinken onder het tapijt. Maar wie te hard hapt van de taart (lees: publieke middelen), verslikt zich en moet opnieuw leren ademen. En wie iedereen te slim af wil zijn, zal, om zich te redden in het land van Polyphemos, de cycloop uit de Odyssee, op een dag met Odysseus zeggen: ‘Ik ben niemand!’
In het leven is het nooit te laat om een les te leren. Het is nooit te laat om correct te leren handelen. Den Haag is geen Troje, ondanks de vele Trojaanse paarden. Het resultaat van de commissie is een langverwachte les over eerlijkheid en transparantie in de literaire sector in Den Haag en ik hoop dat de strijd voor gerechtigheid hier niet stopt. Want, zoals de conclusie van de onafhankelijke commissie luidt: ‘Gelet op het vorenstaande kan het bestreden besluit niet ongewijzigd in stand blijven.’ Wordt vervolgd.

Den Haag Centraal, 18 februari 2021

 

De Mos

In mijn geboorteland schrijven politici boeken om strafvermindering te krijgen. Dertig dagen voor elk boek of ‘wetenschappelijk’ artikel. Maar Richard de Mos heeft geen geduld tot het recht zal zegevieren. Hij heeft nu al een boek klaar, ‘Mijn verhaal’, met een voorwoord van zijn advocaat Peter Plasman – hoewel het uiteraard niet aan de lezer is om te beslissen of De Mos corrupt is. Het verhaal is dus eerder populisme van een redelijk laag niveau. Pathetisch is het boek ook. Tegen elke prijs wil De Mos wat van de Haagse politieke vlaai. Oprechte vraag: waarom zou Revis of Van Asten wel een stukje van de taart mogen en Richard de Mos niet?
Jaren geleden was ik al gebiologeerd door Richard de Mos, vanwege zijn taal. Een taalgebruik dat vaak aan onbedoelde humor lijdt, zo ook in dit boek (‘Toen was helemaal duidelijk dat mijn wethouderschap voorlopig ten einde was.’) Soms grijnzen (‘Mijn vriendin, met een vader die bij de KGB heeft gezeten…’). Plasman kon niet ook het redactiewerk doen. ‘Ik laat in dit boek zien dat ik niets te verbergen heb,’ zegt De Mos.
De oud-onderwijzer weet kennelijk niet dat je je lezer nooit moet onderschatten. De fout van De Mos: denken dat heel Nederland is geschapen naar zijn evenbeeld en dat van zijn stemmers. Als De Mos geloofwaardig zou willen overkomen, heeft hij zijn Machiavelli nodig, die van hem El Principe kan maken. De Mos is larmoyant, pathetisch en zijn logica hapert te vaak. Ik zoek naar voorbeelden en kan mijn vinger niet op een bepaalde plek leggen. Het is alles, in het algemeen. In zijn boek lijkt hij meer een lokale Emma Bovary die zich inbeeldt Churchill te zijn. Of, als je wilt denken zoals De Mos, de plaatselijke Napoleon.
Ik begrijp ook waarom hij bij sommigen sympathie wekt: ‘Als Kamerlid was ik goed met de bodes, de koffiejuffrouw en de bediening van het restaurant. Met omhooggevallen Kamerleden, die allen vroeg of laat weer naar beneden vallen, heb ik veel minder op.’
Ik heb het boek voor bijna de helft gelezen. Wat een verschil met Arthur Docters van Leeuwen, die ook een boek over het Haagse schreef, dat ik hier heb gerecenseerd! Waar Docters van Leeuwen gelijkwaardige geesten ontmoette, ziet Richard de Mos alleen maar jaloerse collega’s met dubbele agenda’s, die, in tegenstelling tot Richard zelf, niets over de gewone mens weten. Is De Mos corrupt? Hij omringt zich in ieder geval niet met de juiste mensen. Hij heeft een soort naïviteit die bij sommigen, misschien mensen met dezelfde soort naïviteit, in goede aarde valt.
Niet elke Principe krijgt zijn Machiavelli. Maar om een Machiavelli op je pad te krijgen, moet je toch iets van (een) Principe(s) (!) hebben, denk ik.

Den Haag Centraal, 11 februari 2021

 

Wat telt

Dit is een ander soort column. Een over het leven. Het leven van mij, van u, van zovelen die dóórgaan, hoe imperfect, moeilijk, verscheurend, leeg of verdrietig het ook is. Deze week heb ik een vriendin verloren aan wie ik niet vaak genoeg heb verteld dat ik van haar hield. En juist deze week heb ik zoveel verhalen gehoord dat ik nu, meer dan ooit, nadenk over het leven. Is liefde alles in het leven? Ik ben een romantica, liefde was altijd mijn kruistocht. Mensen met meer balans in het leven zeggen dat het leven eerder een puzzel is. Familie, baan, vrienden. En het sleutelwoord lijkt, in de Nederlandse versie, ‘genieten’. Genieten van elk element van de puzzel. Maar sommige puzzelstukjes blijken, voor sommigen van ons, moeilijk te passen. Je hebt bijvoorbeeld een goede baan, maar die maakt je niet gelukkig. Een mooi gezin, maar het is niet genoeg. Mijn recept om door te gaan was altijd: je focussen op één element van de puzzel als de rest in het plaatje moeilijk te fixen is. Werken tot je van moeheid van je lichaam vervreemdt. Knokken zodat je gezin het goed heeft. Zelf was ik altijd beter in werken dan in mensen fixen, vooral als het om mezelf ging.
Hoe doe jij het? Wat is de sleutel? Minder nadenken, meer doen? Minder vragen stellen? Ruggengraat hebben? Dat maakt je meer ongelukkig dan gelukkig. Ik weet dat velen van jullie een antwoord hebben. Sommigen hebben een perfect antwoord, met een glimlach en veel zekerheid erbij. Juist zulke antwoorden heb ik altijd gewantrouwd. Want het leven is voor de meesten van ons niet makkelijk. En veel van degenen die zweren bij hun geluk, dragen al sinds ver voor corona een masker.
Vraag door en je ziet de barsten erin. Is het leven voor iedereen een lijdensweg? ‘Nee,’ zei een andere vriend deze week, een tikkeltje té opgewekt. Moeten we het makkelijke, vluchtige geluk plukken en het ‘ware’, diepe geluk niet meer nastreven? Wat is het belangrijkste? Dat je kinderen gezond zijn.
Voor mijn overleden vriendin was het leven geen lijdensweg, als geen ander kon ze genieten van het leven. Naast haar kreeg ik het gevoel dat het leven een genietritueel was. Toen ik een tuin had, dacht ik dat de sleutel van gelukkig zijn tuinieren is. Vooral in moeilijke tijden. Moet je zoeken wat voor jou werkt? Meegaan met de flow? Soms hebben anderen het antwoord op je vraag en verlost dat je toch niet. Het is niet jóúw antwoord.
Blijven zoeken. Dankbaar zijn voor wat er is. Eten van de lekkere chocolaatjes die ik van de opgewekte vriend kreeg. Meer nieuwe boeken lezen, in plaats van herlezen. Misschien ligt daar het antwoord.

Den Haag Centraal, 4 februari 2021

 

Benali

Dat Abdelkader Benali zich heeft teruggetrokken voor de 4 mei-lezing zegt niets over Benali, maar wel veel over Nederland. Twintig jaar geleden zou Benali, dronken, iets hebben gezegd over de ‘vele’ Joden in Amsterdam-Zuid. Maar zeggen we niet allemaal weleens foute dingen? Rutte zei niet lang geleden tegen ons allemaal dat we moesten ‘oppleuren’. En hij trok zich vervolgens niet terug. Bij ruzie, met je man of vrouw, bij dronkenschap, tegen een vriendin of juist een onbekende zeggen we soms dingen die we niet echt menen. We gaan door, vergeven, veranderen. Wie nog hetzelfde als twintig jaar geleden is, mag zijn hand opsteken! We ‘vergeten’ (lees: negeren) #MeToo-verhalen, machtsmisbruik, blunders van politici, maar Abdelkader vergeven we niet dat hij van Marokkaanse afkomst is. Want de Marokkaan heeft twintig jaar geleden iets over Joden gezegd.

Ik dacht dat we mensen waren. We zijn toch geen op flessen geplakte etiketten? Ik vond het juist geweldig dat een schrijver met een Marokkaanse achtergrond de lezing zou houden die voor Joden en ons allemaal zo veel betekent. Het verbaast me dat degenen die zijn terugtrekking eisten, er geen rekening mee houden dat gekwetst blijven geen toekomst biedt. Als de ‘daders’ niet veranderen, is het immers aan het slachtoffer om te veranderen. Het was goed geweest om Abdelkader de lezing te laten doen. Degenen die er baat bij hadden gehad waren meer dan degenen die willen blijven ademen in hun bubbel. (Ik voel me dicht bij de Joodse ziel door de boeken van Isaac Bashevis Singer uit mijn jeugd, maar zeker niet door een of andere rabbijn of zijn ‘dagboeken’). Iemand een tik op de vingers geven en eisen dat hij een goede mening over je gaat hebben? Ik vrees dat antisemitisme voor sommigen iets heeft van buikkramp. Dat hebben we allemaal weleens, soms na veel eten of drinken, maar dat betekent toch niet dat we darmkanker (lees: antisemitisme) hebben? Wat bereikt de Joodse gemeenschap met deze hele heisa tegen Benali? Hoe laaghartig en kleingeestig die journalist was die ooit over de dronken uitspraak schreef, hoef ik niet te zeggen. Maar ook hij heeft spijt betuigd. Hem werd het vergeven, Benali niet. Juist gesloten kringen hebben megafoons nodig, en Abdelkader Benali had op 4 mei zo’n rol kunnen spelen. En is het niet beter dat we zulke woorden van iemand als Benali hoorden (bij dronkenschap, twintig jaar geleden), dan van Baudet of erger? Van Benali kun je wat hebben, als je hem kent. Opperrabbijn Jacobs noemt hem ‘zo’n figuur’. Jammer dat hij geen ruimte voor dialoog laat, dat hij niet wil weten wie Abdelkader Benali is! Zo zie je maar dat een rabbijn, hoe wijs ook, soms ook een rabbijn nodig heeft.

Den Haag Centraal, 28 januari 2021

 

Belastingdienst

Ik geloof nog altijd dat we in een goed land leven, beter dan het land waar velen van ons vandaan komen. Ik geloof dat instituties werken in het belang van het volk en ik geloof dat het goede op de een of andere manier altijd wint. Soms generaties later, maar de wereld draait nog altijd. Soms geloof ik zelfs dat elke politicus een ‘goede jongen is’, zoals een voormalige Haagse wethouder ooit tegen me zei. Wat ik bijna niet kan geloven, is dat een institutie als de Belastingdienst zo cynisch kon zijn om enkele duizenden mensen van fraude te beschuldigen op basis van hun nationaliteit. Zoals velen ben ik geen fan van de Belastingdienst, maar ook ik geloof in een hoger belang dan alleen de eigen portemonnee. Helaas worden instituties door mensen gerund. Wat voor mensen zijn degenen die het idee hadden om bij mensen met een dubbele nationaliteit een vraagteken te zetten? Roept dat aanvinken van buitenlandse namen geen associaties op met de lijsten van burgers die ooit een Jodenster moesten gaan dragen? Zoals Cesare Lombroso geloofde dat alle mensen met een laag voorhoofd criminelen waren, leken de verantwoordelijken bij en voor de Belastingdienst te geloven dat wie niet Jansen heet, een potentiële crimineel is.
De dubbele nationaliteit hoefde niet eens te worden geregistreerd bij de Belastingdienst, blijkt uit journalistiek onderzoek, maar er is altijd wel een kwade genius die, zoals de kwade genieën in tekenfilms, het kwade denkt en doet. Met hoevelen denken ze bij de Belastingdienst zo over ‘buitenlanders’? Als gevolg van dit schandaal zijn er directeuren opgestapt en nu zelfs het voltallige kabinet. Ze hebben of nemen verantwoordelijkheid voor het feit dat veel gezinnen kapot zijn gegaan, dat ouders gingen scheiden of hun huis of baan kwijtraakten, maar nogmaals, wie zijn de kwade geniën, degenen die zeiden: ‘Aha, buitenlanders, die moeten sowieso een boete betalen, omdat het bedrog in hun bloed zit. Dat weten we uit ervaring’? De kafkaiaanse functionarissen zonder naam, beschermd door een wet die alleen voor ons, degenen die niet in het systeem zitten, functioneert. Velen in het systeem zijn net zo erg als die boerse vrouw in de volkswijk die vanachter de schutting schreeuwt dat je terug naar je land moet. Tegen die lompe vrouw kun je aangifte doen, maar wat doe je tegen een systeem dat wil dat je oppleurt? Want een systeem kan verwoestender zijn dan het zeemonster dat het mythische Atlantis verwoestte. Niemand weet wat voor monster dit precies was. Maar als nieuwe Nederlander heb ik, na vijftien jaar hier en na de recente toeslagenaffaire, een nieuwe theorie: misschien was het gewoon de Belastingdienst.

Den Haag Centraal, 21 januari 2021

 

Kaag

Er is nog iets wat Nederlandse mannen Sigrid Kaag niet vergeven, behalve dat ze niet een van hen heeft gekozen als levenspartner. Of tenminste een Europeaan. Namelijk dat zij, als Nederlandse, het minder mooie gezicht van Nederland laat zien. Dat zij, als Nederlandse, benoemt wat een buitenlander in Nederland allang weet en wat zij in een van haar recente tweets heel netjes, in politieke bewoordingen, formuleert: ‘We kunnen het nieuwe Nederland al door onze oogharen zien. Een land van fatsoen, tolerantie en empathie.’ Met minimale hermeneutische moeite begrijp je dat we moeten worden wat we niet zijn.
Ofwel: we hebben géén fatsoen, we zijn íntolerant en we zijn níét empathisch. We zijn zelfs erger dan dat, als je de tornado van tweets leest die Kaag na de uitzending van de documentaire ‘Van Beiroet tot Binnenhof’ over zich heen kreeg. Als je het geduld hebt, en een sterke gal, om die berichten allemaal te lezen, zie je dat het overwegend mannen zijn die Sigrid voor de klas roepen. Hoe durft ze? Getrouwd met een Palestijn, als vrouw in de politiek en dan nog kritiek op ons westerse landje hebben ook! Op het land van alle landen. Maar misschien toch wel het meest onvergeeflijke: een Palestijnse echtgenoot. Hoe kon ze?! Door haar levenservaring is de geboren Nederlandse Sigrid Kaag een van ons, nieuwe Nederlanders.
Dat is iets wat weinig andere geboren Nederlandse politici in Nederland hebben. Misschien soms wel in hun discours, om stemmen te krijgen, maar Kaag weet zélf hoe het is om een gemengd huwelijk te hebben. En kinderen uit zo’n huwelijk bijvoorbeeld. Hoe het is om erbij te horen en toch ook weer niet. Om van overal en nergens te zijn. Om alles iets van bovenaf te bezien, van enige afstand, afstand die het zicht op de zaak en daarmee de zaak zelf alleen maar goed doet. Wat het betekent om niet geaccepteerd te zijn, ondanks je vele moeite. En bovenal, hoe hard Kaag zelf soms ook lijkt of is, heeft ze, professioneel gezien, een ervaring die Rutte-in-zijn-torentje tot een personage uit een dystopie maakt. Ook dat ze kil is, wordt haar verweten. Alsof Rutte of Wilders zo moederlijk is! Dat ze arrogant is. Maar hebben we een Lady Di als premier nodig? Als je de tweets over Kaag leest, begrijp je dat Nederland meer behoefte voelt aan een Lady Di dan aan een Merkel. Nederland? Welk Nederland?
Want ik, en mensen zoals ik, en zo veel anderen, zijn ook Nederland. De lawine van macho-misogyne, racistische tweets komt van een Nederland van vrachtwagenchauffeurs met een Twitteraccount, zou ik willen zeggen, maar ik wil mensen met het beroep van vrachtwagenchauffeur zeker niet beledigen. Vrachtwagenchauffeurs ongeacht hun echte beroep.

Den Haag Centraal, 14 januari 2021

 

Schoonmoeder

Het nieuwe jaar begon met een telefoontje van een vriendin. De beste wensen. In mijn moedertaal, zij is ook Roemeense. Maar al snel ging het gesprek over haar schoonmoeder en het eindigde in een heuse huilbui. Mijn eerste impuls was om te lachen, maar nog afgezien van het feit dat je niet lacht als een vriendin huilt, zag ik ook het grotere plaatje. Ik begreep dat het dieper zat. Wat? Hoe moet ik het zeggen? Misschien hoe ze het vertelde. Enfin, mijn Roemeense vriendin staat dus niet op de verjaardagskalender van haar Nederlandse schoonmoeder, die in de kleine wc hangt. Wie er hangt? ‘De kalender. Schoonmoeder leeft en is zo vrolijk als ze kan,’ zei mijn vriendin.
Staat ze niet op de kalender?! Lacht u nu ook? Ik snap het. Maar bekijk het eens zoals mijn vriendin: twintig jaar getrouwd, drie kinderen en in tegenstelling tot mij vermijdt zij geen familiefeesten en denkt ze nog steeds dat iedereen van haar Nederlandse familie het waardeert als ze drie dagen in de keuken staat om lekkernijen voor hen te bereiden.
‘Hun maag waardeert het, maar zij hebben het niet zo met woorden.’
Zo verdedigt zij hen.
Want dat is het, mijn vriendin is veel netter dan ik en geeft iedereen honderd kansen, hoewel ze diep vanbinnen ook weet hoe het zit. Want het zit zo: iedereen staat op die stomme wc-kalender, van verre tantes en neefjes tot verre Roemeense kennissen die haar schoonouders hebben overgehouden aan hun reizen door Roemenië. Haar eigen kinderen staan op de kalender, haar man ook, alleen zij niet.
‘En dat na twintig jaar! Ik check het tweemaal per jaar, met de verjaardagen.’
‘Misschien was jouw datum bezet,’ zei ik, uit liefde voor mijn vriendin. ‘Het vakje is nog leeg,’ barstte ze weer in tranen uit. En toen kwam de hamvraag: ‘Ben ik niet ingeburgerd genoeg?’
Ik ken niemand die meer ingeburgerd is dan zij, na twintig jaar in Nederland. Ik probeer haar te sussen, nadat ik het beeld van een hangende schoonmoeder uit mijn hoofd heb gebannen. ‘Inburgering heeft niets met liefde te maken, niet eens met goedkeuring. Wees blij dat je nog steeds jezelf bent, na twintig jaar hier. En neem de volgende keer (als je zo masochistisch bent om nog een keer te gaan) een rode marker mee en schrijf je verjaardag op de witte muur, naast de kalender!’
Ik bracht haar aan het lachen en wilde verder gaan en zeggen wat ik echt dacht, wat ze daarna met de marker zou moeten doen. Maar het is Nieuwjaar en een van mijn goede voornemens is om minder te schelden, in welke taal dan ook. De beste wensen iedereen!

Den Haag Centraal, 7 januari  2021

Reflectie

Wat zal 2021 voor jaar zijn? Als je op de website van de rijksoverheid de kabinetsplannen leest, weet je dat we leven in een goed land. De site lijkt een lange lijst wensen voor de Kerstman, een Kerstman voor landen, niet voor kinderen.
Hoeveel landen zouden niet zo’n lijst willen? ‘Naast het ondersteunen van werknemers, zzp’ers en werkgevers, zodat er zo min mogelijk banen onnodig verloren gaan, trekt het kabinet ook 1,4 miljard euro uit om mensen te helpen bij het vinden van ander werk en voor de aanpak van schulden. (…) Voor de komende vijf jaar is 20 miljard euro beschikbaar om te investeren in kennis, innovatie en infrastructuur.’ Als een mopperkont nu zegt dat dat weinig is, moet ie eens naar andere landen kijken. Briljante studenten uit armere landen komen juist hierom naar Nederland. ‘Het actieprogramma Werken in de Zorg wordt uitgebreid en structureel gemaakt. Het kabinet maakt daarvoor 20 miljoen euro extra vrij voor 2021, oplopend tot jaarlijks 130 miljoen euro vanaf 2023.’
Ik heb niet veel verstand van cijfers, maar het voelt goed. Ik hoor de stem van mijn vriendin Fatma, als ik wanhoop omdat ik dit of dat niet meer kan betalen of bang ben om geen dak meer boven mijn hoofd te zullen hebben: ‘Mira, we leven in Nederland. In dit land blijf je niet op straat staan.’ Na zulke woorden daalt het peil van mijn wanhoop gelukkig snel.
Er komt een jaar aan waarin we meer naar onszelf moeten kijken. Doe ik het goed? Houd ik me aan de regels? In maart gaan we weer stemmen. ‘Zorg dat de grote acteurs ‘Hamlet’ blijven spelen en de puppets die nu eens aftreden en dan weer als lijsttrekker aanblijven, puppets blijven,’ zeg ik tegen mezelf, en niet alleen dat.
Het grote vaccin is in aantocht. Wees verstandig, je helpt jezelf, maar ook anderen.
2021 wordt een jaar van reflectie, denk ik. Van naar onszelf kijken. Wie ben ik? Hoe kan ik beter? En nee, ik denk niet aan hoeveel je verdient of zo. Ook niet aan vakanties. Ik denk aan hoeveel je reflecteert. Als we niet reflecteren, is corona voor niets langsgekomen.
2021 zal het jaar zijn waarin we ons realiseren dat veel beperkingen van 2020 nog blijven. Misschien wel voor altijd. Maar het is aan jou om te bepalen hoe je het gaat doen, niet aan de overheid.
Want ‘als je de beperkingen kent, kun je daarbinnen onbeperkt te werk gaan’. Dit zijn niet mijn woorden. Het was Jules Deelder die ze ooit zei, en van iemand die geen totalitarisme heeft meegemaakt vind ik dat onwijs wijs. We hebben het in ons. We kunnen het.
Fijne kerstdagen en een goed 2021!

Den Haag Centraal, 24 december 2020

 

Luie geesten

Protesteren zit me in het bloed en het heeft mijn leven er niet gemakkelijker op gemaakt. Integendeel.
Dat ik niet op mijn tong kan bijten en geen rust heb als ik niet zeg wat ik denk, heeft mij wat gekost en zal me nog wat kosten.
Protesteren betekent denken met je eigen hoofd, integer proberen te blijven en ontmaskeren wat je onrecht vindt. Een van de mooiste babyfases is de ‘nee’-fase, wanneer baby’s op alles ‘nee’ zeggen, ook als ze ‘ja’ bedoelen. Zodat je er als ouder alvast aan kunt wennen, zeg maar. Maar wanneer je als volwassene protesteert, heeft dat niets met de ‘nee’-fase van doen; je komt immers met argumenten en oplossingen.
Wat zijn de argumenten van de luie geesten die tijdens de toespraak van Rutte stonden te protesteren? Je hoorde ze fluiten en met minimale inspanning van de verbeelding kon je hun luiers nog zien zitten. Nooit verder gekomen dan de ‘nee’-fase. Voor iedereen die moet ontwaken, is er een laatste moment. Alleen voor die luie geesten niet. Waarom protesteerden zij?
Omdat ze met kerst niet kunnen drinken met hun maten? Want ik wed dat ze beginnen te stotteren als je aan hen zou vragen wat kerst eigenlijk betekent. Sowieso stottert hun moraal, hun logica.
Leer eens rekening te houden met de ander! Of dat nu je buurman, een buitenlander of een vluchteling is. ‘Ik ga mijn levensstijl voor jou niet veranderen,’ heb ik dit jaar een paar keer te horen gekregen, van zowel oude als jonge mensen. Het was in andere omstandigheden, maar de zin zet me aan het denken.
Wat is een levensstijl? Egoïsme, egocentrisme, verwennerij, een te goed leven, blindheid. Luiheid van geest. En dat dat niets met leeftijd te maken heeft, is ook zorgwekkend. Van een oud mens verwacht ik namelijk dat zijn levenservaring hem leert een beter mens te worden, opener, genereuzer. Een lang leven zou de kans moeten vergroten om je empathischer te maken. En als een jong iemand zoiets zegt, schrik ik net zo erg. Je hoopt immers dat de generaties die na je komen slimmer worden, dat ze een collectieve ervaring en moraal hebben die beter zijn dan van je eigen generatie, een resultaat van wat er voor hun tijd is gebeurd. Ik verwacht dat we geen mollen in onze gangen zijn, dat we aan de bubbels waarin we leven ontsnappen. Dat we leren. Ik wil leren van iedereen, van oude en jonge mensen. Maar egoïstisch zijn heeft helaas geen leeftijdsgrens.
Soms moet je het moeilijk hebben om de prijs van alles te begrijpen.
Soms moet je met je neus op de feiten worden gedrukt, met de werkelijkheid worden geconfronteerd. Want niet wat voor levensstijl je hebt is belangrijk, maar wat je ervan leert.

Den Haag Centraal, 17 december 2020

 

Dankbaarheid

Het was een jaar waarin iedereen, gedwongen door de pandemie, wel iets heeft geleerd. Sommigen leerden misschien niet meer dan online te vergaderen, hoewel ik dat betwijfel. Veranderingen in je gedrag zie je immers pas later, nu ben je nog bezig te overleven. En al ging het overleven voor sommigen niet verder dan het vechten om de laatste rol wc-papier in de supermarkt, was dit jaar voor veel – te veel – anderen het jaar waarin een vader of tante of oma door corona heenging zonder dat je afscheid kon nemen. Het was een jaar van gedwongen scheidingen, van pijn.
Ook voor mij was 2020 een jaar van gedwongen leren. Soms dacht ik dat ik mezelf kwijt was, in ieder geval dat ik niet meer wist hoe nu verder. Maar het was ook een jaar van verrassingen, van openbaringen, van nederigheid. Van ‘humble’ zijn, want veel stellen wij niet voor. Altijd is er wel iets wat groter is dan wij, iets waar we niet mee weten te vechten, iets wat ons als een draaikolk naar beneden trekt. Mijn dankbaarheid gaat uit naar mijn vrienden. Zonder het te beseffen heb ik in dit jaar op hen geleund. Ik heb zo veel van mijn vrienden gekregen dat ik me weer voel zoals in mijn jeugd, in mijn internaat, toen ik me door de vreemde wereld gered voelde.
Er is in de wereld altijd iets waar je op kunt rekenen, een bron van kracht, een teken. Hoop. En het was de kracht van mijn vrienden die mij kracht gaf, hun vriendschap die mij redde. Vrienden hebben altijd een onverwachte doos van Pandora bij zich waar je op kunt kloppen: ‘Is er nog iets voor mij in deze wereld?’ En ja, hoor, reken maar dat er ergens een vriend voor je is, een die met de stem van de hoop zegt: ‘Kom op, het is niet het eind van de wereld!’ Of iets wat je van hen nooit had gehoord of verwacht: ‘Ik hou van jou’ op een dag waarop je de equatie van het leven vooral hogere wiskunde vindt, bijvoorbeeld omdat jij meer van de boeken bent.
Ja, het was een zwaar jaar met grote vragen, met gedwongen en pijnlijke veranderingen. Wanhoop. Het leven kan soms oorverdovend zijn. Maar toen heb ik de stemmen van mijn vrienden gehoord. Trouwe, oude of nieuwe vrienden en vele goede mensen die ik dit jaar heb ontmoet of beter heb leren kennen.
Ik heb meer gekregen dan ik heb gegeven. Ik heb nog een leven voor me om te zorgen dat de balans in evenwicht komt. Dank voor de lessen, leven! Dank voor de liefde en de goede mensen op mijn pad. Dank, iedereen, ook u, mijn lezer!

Den Haag Centraal, 10 december 2020

 

Meer lezen? Zie Archief blog 2013-2019