Liefdesverklaring aan de Nederlandse taal

In gesprek met Frits Spits van De Taalstaat over ‘Liefdesverklaring aan de Nederlandse taal’

Recensie Den Haag Centraal

RECENSIE
Wie emigreert, wisselt niet alleen van woonland en van paspoort, maar vooral ook van taal. Je gaat in een andere cultuur wonen. Die kun je zo veel mogelijk op afstand houden door je eigen cultuur mee te nemen naar je nieuwe thuis als bescherming tegen de vreemde buitenwereld, zoals veel immigranten gewend zijn te doen. Maar je kunt je er ook met huid en haar in storten. Literatuurwetenschapster en schrijfster Mira Feticu, columniste van DHC, deed het laatste. Ze besloot een Néderlands schrijfster (want schrijfster was ze al) te worden door zich de taal volledig eigen te maken, niet als iemand die er een tweede of derde taal bij leert, maar als iemand die haar hele innerlijke systeem daarop instelt.
De radicale beslissing die Feticu nam, werd haar ingegeven door haar eigen achtergrond. Toen ze zo’n dertien jaar geleden besloot met haar man mee te komen naar Nederland, was taal al haar hoofdbezigheid en middel van bestaan, in Roemenië had ze immers al gepubliceerd. Haar komst naar Nederland was min of meer een vrije keuze, heel anders in elk geval dan van de meeste migranten die door armoede of onderdrukking gedreven zijn. Bovendien was ze hoogopgeleid. Ze wilde daarom het Nederlands naar zich toe halen, zoals iemand die zijn geliefde verovert: door zich volledig uit te leveren. Verovering.
Zo moet je de titel van haar jongste boek ook lezen: ‘Liefdesverklaring aan de Nederlandse taal’. Want de vele hoofdstukjes die Feticu wijdt aan de verovering van het Nederlands zijn niet een soort Hooglied op het uiterlijk schoon van onze poldertaal, maar een autobiografisch relaas van hoe je een nieuwe taal in je eigen bloedbaan brengt. En hoe die nieuwe taal zo je bewustzijn van de wereld en dus de wereld zelf ingrijpend verandert. En vooral ook hoe de schrijfster zich van dat proces rekenschap geeft. Een waardevolle tip voor iedereen die zich een nieuwe taal wil toe-eigenen, lijkt me daarbij haar advies om boeken in de nieuwe taal te lezen die over je eigen interessegebied gaan en geen jip-en-janneketeksten, waar je de taal op hurkniveau krijgt aangereikt.

‘Feticu is actief bezig met een complete herinrichting van haar bestaan’

De beslissing om een boek te wijden aan haar taalmigratie levert interessante en voor velen van ons ook onvermoede inkijkjes, invallen en ideeën op. Als dit boek ergens níet over gaat, dan is het wel over hoe een jonge Roemeense schrijfster zich leert aan te passen aan haar nieuwe leven in een ander land. Zoals gezegd, het is geen gewenningskuur die Feticu min of meer passief ondergaat, ze is actief bezig met een complete herinrichting van haar bestaan. En daarbij kom je ook als lezer, geboren en getogen in het Nederands, veel moois tegen. Zo zullen weinig Nederlanders vertrouwd zijn met het begrip ‘houten taal’. Dat zijn de geformaliseerde, onpersoonlijk gemaakte woorden die mensen gebruiken in omstandigheden waarin het gevaarlijk is je mening kenbaar te maken.

Ceaușescu
In hoeverre kent het Nederlands ook van die kenmerken? Kantoortaal, wetenschappelijk vakjargon? Kun je dat daarmee vergelijken? Het communistische schrikbewind van Ceaușescu heeft het Roemeens in elk geval ernstig besmet, vertelt Mira Feticu, en dat is de reden misschien ook dat ze haar moedertaal zonder veel spijt kon inwisselen voor het Nederlands. ‘Misschien is het schrijven van poëzie in een nieuwe taal de ultieme test dat je in de taal zit, zoals in een schommel,’ merkt ze daarbij op. Poëzie is hier het tegendeel van houten taal. Om de taal persoonlijk te kunnen spreken, moet je erin kunnen zwieren als een trapezewerker.
Elke spierspanning moet kloppen. Dat persoonlijk spreken kan Feticu absoluut. De vele korte hoofdstukken draaien alle om het leven zelf. ‘Taal en vrijheid’, ‘taal en misbruik’, ‘taal en zwijgen’, ‘taal en toekomst’, ‘taal en kracht’, ‘taal en verraad’, ‘taal als orgasmatron’… dat zijn geen onderwerpen van een droge taalkundige. Dit taalboek gaat dus niet over punten en komma’s, klinkers en grammatica; het gaat over hoe je je leven kunt herinrichten door je te concentreren op de woorden en de omstandigheden waarin we die woorden gebruiken. Mooi meegenomen is, dat de auteur met dit boek meteen ook het bereik van de Nederlandse taal verrijkt met ervaringen waarover nog maar zelden op die manier is geschreven.

Mira Feticu, ‘Liefdesverklaring aan de Nederlandse taal’. Uitgever: De Geus. Prijs: € 20

Nu in de boekhandel: Liefdesverklaring aan de Nederlandse taal

De eerste recensie op Tzum:

Recensie: Mira Feticu – Liefdesverklaring aan de Nederlandse taal

 

‘Ik besta omdat ik Nederlands spreek’

Mira Feticu woont inmiddels zestien jaar in Nederland en leerde in die periode zo goed Nederlands dat zij al vijf boeken in haar nieuwe taal schreef. En die vijf boeken zijn vijf liefdesverklaringen aan de Nederlandse taal, schrijft ze in haar nieuwe boek. Mooi vlak voor Valentijnsdag verschijnt Liefdesverklaring aan de Nederlandse taal, een bundel met korte teksten over taal. Een extra goede reden om een bestelling te doen bij je plaatselijke boekhandel dus: Feticu leerde Nederlands omdat ze verliefd werd op een Nederlandse man en was tegelijkertijd in haar moederland Roemenië al dichter en gepassioneerd lezer van literatuur. Die passie spreekt uit alle 43 korte essays die dit boek rijk is.

Nederlands is voor Feticu een ‘helende taal, een taal waar voor mij een genezende werking van uitgaat, een taal waarin ik veel over pijn heb geschreven’, schrijft ze in de inleiding van de bundel. Als je ander werk van Feticu hebt gelezen, weet je precies waar ze het over heeft. De indrukwekkende roman Al mijn vaders, waarin een vrouw het misbruik en de verwaarlozing uit haar jeugd verwerkt door de daders een plekje in de kringen van de hel van Dante te geven, gaat over de pijn aan de wonden van het verleden. En die pijn kreeg voor het eerst woorden in de Nederlandse taal. In een anekdote in het eerste essay laat Feticu mooi zien hoe dat werkt wanneer haar Roemeense ouders voor het eerst in Nederland zijn. In de auto terug vanaf Schiphol praat ze voor het eerst gemakkelijk Nederlands met haar man: ‘De nieuwe taal die zij niet kennen, brengt mijn bloeddruk omlaag, schept afstand, beschermt en geeft kansen. […] De taal redt me. Ik besta omdat ik Nederlands spreek. Ik ben iemand’.

Toch gaat dit boek eigenlijk niet alleen over de liefde voor de Nederlandse taal, maar des te meer over de liefde en de fascinatie voor taal in het algemeen. De korte essays die het boek bevat hebben namen als ‘taal en vrijheid’, ‘taal als wapen’, ‘taal en onmacht’, ‘taal en volksaard’ en zijn anekdotes, overpeinzingen en persoonlijke schetsen waarin de schrijfster vragen stelt, gedachtes en standpunten uitprobeert.

De taal van de plek waar je leeft, bevrijdt je. Werden de Roma dan bevrijd, doordat ze Roemeens spraken? Anders formuleren. Hebben ze zich vrij gevoeld als ze Roemeens spraken?

Het zijn zoekende teksten maar doordat er zoveel in zo frisse, verrassende en soms prettig botsende taal voorbijkomt, vormen die teksten bij elkaar een ongelooflijk rijk boek, rijk van taal en gedachtes. Feticu gebruikt haar ervaringen met het optimaal leren van een nieuwe taal om dat proces van alle kanten te bekijken en zo opent ze perspectieven op het fenomeen taal.

Maar Liefdesverklaring aan de Nederlandse taal gaat natuurlijk ook wel degelijk over een Roemeense die Nederlands heeft geleerd. Dat merk je aan de vergelijkingen die Feticu maakt, die een Nederlander nooit zal maken: ‘Als ik woedend ben, praat ik veel, omdat ik veel herhaal; de woede heeft dan de helft van mijn brein in het donker gezet, zoals Ceausescu de Roemenen in de jaren tachtig’. Dat merk je aan de interessante taalweetjes over verschillen tussen de twee talen: ‘Door deze geleide taalontwikkeling bestaan er in het Roemeens nu niet de lastige (en voor een buitenlander vervelende) gevallen die we kennen in het Nederlands, waarbij je een en dezelfde letter, zelfs binnen één woord, op drie verschillende wijzen (‘vèrvélunduh’) moet uitspreken’. En dat merk je ook aan opmerkelijke dingen die haar opvallen aan onze taal. Zoals dat er zoveel uitdrukkingen bestaan die met varen te maken hebben maar dat een ‘enorm religieus register’ ontbreekt of hoe Nederlands een werkwoord als ‘uitpraten’ is en dat in onze taal de avond kan ‘vallen’. En ook de ontdekking dat zingen haar in het Nederlands niet goed afgaat: ‘Ligt dat aan mij of is het te wijten aan de taal? Is de Nederlandse taal een uniform dat ik tijdens mijn “werkzame” leven draag?’

Zo stuit je in elk van de 43 teksten wel op mooie vondsten, geestige vergelijkingen en Nederlandse woorden die voor een buitenlander mooi, schunnig of raar klinken. Ook krijg je van deze Roemeense een lesje dictatuur, meertaligheid en leesbevordering en uiteindelijk een lesje liefde voor je eigen taal. Want taal is de basis van je identiteit dus niet te veronachtzamen. ‘Ik wist niet dat ik door de verandering van taal iemand anders zou worden. Ik wist niet dat door de nieuwe taal mijn hele identiteit zou veranderen’, concludeert Feticu. Dat die nieuwe identiteit door een nieuwe taal van een verdiepende veelkleurigheid is, laat zij met deze zesde liefdesverklaring aan de Nederlands taal opnieuw zien.

Martijn Nicolaas

Mira Feticu – Liefdesverklaring aan de Nederlandse taal . De Geus, Amsterdam. 224 blz. € 20,00.

 

Benedikte op Goodreads:

‘Liefdesverklaring aan de Nederlandse taal’ is een boek dat het Nederlands op een opmerkelijke manier tot op het bot ontleedt en daarna weer vakkundig aaneenrijgt en aankleedt. De auteur stoffeert dat proces met ervaringen uit de lockdowns, de hedendaagse en recente geschiedenis en zelfs de grote Griekse tragedies. […] Samengevat: een interessante publicatie voor boek- en taaljunks die iets willen ontdekken over het Nederlands, maar de energie niet hebben om aan het zware academische spul te beginnen. Feticu heeft een evenwaardig en zeer verteerbaar alternatief afgeleverd.